advertentie Boekestijn

Streekhistorie: De bevrijding van 's-Gravenzande

Op 30 april 1945 werd een extra editie van een in Zuid-Holland verschijnend illegaal blad door 's-Gravenzande verspreid ( 2e jaargang no 209).

Het blad meldde de 36e verjaardag van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana met de bede " God geve dat zij nog langen tijd voor haar Huis en Volk gespaard moge blijven en dat de tijd van hereeniging van Nederland en Oranje spoedig daar zij!".

Vervolgens werd in dit blad verslag gedaan van de indrukwekkende voedseldropping op zondag 29 april op Den Haag. Een oorlogsverslaggever die met de geallieerde vliegtuigen meevloog deed hiervan het volgende verslag:

Boven de Noordzee hadden onze vliegtuigen te kampen met zware regenbuien. We vlogen precies langs de door de Duitschers uitgestippelde route met als bestemming Den Haag, Rotterdam en Leiden. Toen we boven Den Haag kwamen konden we waarnemen dat de staten stampvol menschen waren die met zakdoeken en witte vlaggen zwaaiden. De plaatsen waar het voedsel moest worden afgeworpen waren grasvelden waarop een groot wit kruis gekalkt was. Ten overvloede werden nog lichtsignalen gegeven met lampen die in het midden waren opgesteld. Toen de vliegtuigen de lading hadden neergeworpen was het groene gras wit van de duizenden pakketten. In totaal werd die dag 600.000 kg voedsel gebracht.

Over het verloop van de oorlog werd gemeld dat de Britten Hamburg en Bremen hadden veroverd. De Russen en Amerikanen vochten op een gezamenlijk front van 80 kilometer rond Berlijn, waar de strijd haar einde naderde. De Duitsers hielden nog stand in de regeringsgebouwen en in de Tiergarten. Hierbij werd de opmerking geplaatst dat de Nazi's hun ondergang kennelijk bij de wilde beesten wilden vieren!

Deze berichtgeving was een onmiskenbaar teken dat het spoedig vrede zou zijn.

's-Gravenzande werd niet overgeslagen bij de voedseldroppings. Er vond een dropping plaats in de polder Het Oudeland op een weiland van boer Van der Sar, zijn boerderij lag aan het begin van de Oudelandstraat. Er werd enthousiast gezwaaid naar de piloten van de laag aanvliegende grote bommenwerpers. Verzameld werden ongekende heerlijkheden zoals biscuit, chocola, blikken vlees, koffie, thee, sigaretten, eipoeder en zelfs kauwgum.

Op dinsdag 1 mei ging het gerucht door het dorp dat de oorlog de volgende week afgelopen zou zijn. De Duitsers waren die dag al uit het gebouw van de gemeentebedrijven vertrokken.

In een pamflet werd de 's-Gravenzande bevolking met het oog op de komende bevrijding voorgehouden dat voorbarige feestvreugde gevaarlijk en onverantwoordelijk was. Aangeraden werd om na het bericht van de capitulatie geen prikkelende uitdagende houding aan te nemen tegenover de Duitsers en N.S.B.- ers en niet eigenmachtig op te treden tegenover politieke tegenstanders.

Mouwembleem N.S.B.

Op woensdag 2 mei kwam N.S.B.-burgemeester Ipenburg op de gemeentesecretarie van ‘s-Gravenzande met het bericht dat via de B.B.C. was doorgekomen dat de Führer dood was. Dit was aanleiding om het secretarie personeel, een aantal betrouwbare ambtenaren die met de plaatselijke B.S. (Binnenlandse strijdkrachten) samenwerkten aangevuld met enkele N.S.B.- sympathisanten, te onthalen op één van zijn befaamde lessen over de denkbeelden van het Nationaal Socialisme en de strijd tegen het Bolsjewisme.

De dag daarop deed hij het nog eens dunnetjes over. Hij waarschuwde dat de oorlog hier nu wel spoedig voorbij was maar dat de Russen spoedig de macht over zouden nemen en hier een andere bezetting verwacht kon worden. Het zou nog zover komen dat de Rus de macht zou hebben over Amerika en Engeland. Het was onbegrijpelijk dat er niemand naar de N.S.B. wilde luisteren. Aan hem zou het echter niet liggen hij had de idealen altijd met verve uitgedragen. Hij zou op zijn post blijven tot de laatste dag.

Vrijdagavond 4 mei kwam om ongeveer 21.00 uur de langverwachte boodschap via de radio dat de capitulatie een feit geworden was. Hoewel alle radiotoestellen jaren geleden al gevorderd waren en het verboden was naar de Engelse zender te luisteren werd dit grote nieuws toch door veel 's-Gravenzanders ontvangen en direct doorgegeven aan buren en kennissen.

De commandanten van de plaatselijke B.S. lieten op zaterdag 5 mei vroeg in de morgen huis aan huis biljetten rondbrengen waarin de "Vrije 's-Gravenzanders" op het hart gedrukt werd dat er feest gevierd mocht worden maar met het uitdrukkelijke verzoek om Orde en Rust te handhaven omdat de Duitse Weermacht bij ongeregeldheden ongetwijfeld in zou grijpen. Daarin werd de belofte gedaan dat tegen de leden van de N.S.B. spoedig maatregelen zouden worden genomen.

Ook werd er vanuit de gemeentesecretarie een plechtige proclamatie verspreid van dezelfde strekking ondertekend door wethouder A.C. van Geest, loco- burgemeester.

Gemeentehuis net na de oorlog.

Die zaterdagmorgen 5 mei waren een viertal ambtenaren al vroeg op het gemeentehuis aanwezig. Eén van hen belde de plaatselijke ortscommandant, leutnant Oebius, die toen in de bunkers van het Staelduinsebos zijn intrek genomen had, met de vraag hoe de toestand er nu eigenlijk voorstond en ook of het bevolkingsregister en de gevorderde schrijfmachines al teruggehaald konden worden. Oebius vertelde dat hij nergens van wist, er was hem niets meegedeeld. Hij kon geen toestemming geven voor de gevraagde zaken, hij moest daarvoor "Erst warten auf Befehl". Intussen gingen twee ambtenaren naar boven om alle Nazi-schilderijen uit het gemeentehuis weg te halen. Dat waren er nogal wat. Ipenburg had in juli 1944 o.a. 4 grote schilderijen van de Führer en van nog een aantal andere partijbonzen op kosten van de gemeente aangeschaft ( f 92,75). Toen zij daarmee bezig waren kwam burgemeester Ipenburg op de secretarie. Op zijn vraag wie daar toestemming voor gegeven had antwoordde één van hen dat hij daar zelf het initiatief toe genomen had. Onder deze omstandigheden was het maar beter ze weg te halen.

Daarop stak Ipenburg nog één van zijn redevoeringen af waarin hij zei dat het voor hem nu wel verloren zaak was maar dat het er nu op aan kwam. Later zouden de ambtenaren nog wel eens zeggen dat hij een rare vent was maar dat hij toch gelijk gekregen had. Men kreeg van hem de boodschap dat er zolang er niets officieel bekend was er niet gevlagd mocht worden. Daarna gaf hij alle ambtenaren een hand en vertrok. Intussen waren er al vlaggen naar het gemeentehuis gebracht om later uit te hangen.

Op straat heerste er een geweldige drukte. Toch marcheerde er aan het eind van de ochtend nog een eenheid Duitsers in paradepas langs het gemeentehuis, met voorop en er achteraan soldaten met het geweer in de aanslag. ’s Middags kwam er bericht binnen bij de politie dat er gevlagd mocht worden. Van alle kanten hoorde men gejuich. Op bevel van de plaatselijke commandant van de B.S. werd de Rood-Wit-Blauwe vlag gehesen op de toren van de Dorpskerk, nadat men van de Duitse vestingcommandant de verzekering had gekregen dat hij dat niet zou verhinderen. Ondanks het slechte weer werd er 's-avonds uitbundig feestgevierd. Er werd gedanst, gehost en gezongen op het Marktplein rond de muziektent. Daarna was het wachten op de Tommies!

Sommige Duitse soldaten waren even blij als de 's-Gravenzanders. Een inwoner uit de Heenweg maakte mee dat Duitse soldaten uit het Staelduinse bos hem omhelsden en riepen "Oh der Frieden, Frieden!" en hem van blijdschap allerlei etenswaren gaven.

Op zondag 6 mei, vroeg in de ochtend, werd echter ontdekt dat de hakenkruisvlag weer vanaf de toren van de Dorpskerk wapperde. Er liepen veel Duitsers door het dorp die provocerend de Hitlergroet brachten. De Ordnungs-Officier Oebius werd hierover gebeld en na veel moeite heeft de staf van de ’s-Gravenzandse B.S. bereikt dat de Duitse vlag op de toren vervangen kon worden door de Nederlandse. ‘s Avonds werd er een gemeenschappelijke kerkdienst gehouden waarbij een ogenblik stilte werd gehouden ter nagedachtenis van de gevallenen.

Iedereen verwachtte nu dat de volgende dagen de geallieerden zouden komen. Men was erop voorbereid dat er mogelijk zelfs nog slag geleverd zou worden met de sterke Duitse bezettingsmacht die binnen "de vesting" was gelegerd. Daarentegen gebeurde er helemaal niets. Er werden, tot teleurstelling van de inwoners, hier ook geen geallieerde militairen gelegerd zoals in Monster en Naaldwijk.

Het was een onwezenlijke situatie dat de Duitsers nog met hun wapens rond bleven lopen.

Verzetslieden lopen door de Langestraat

Maandag 7 mei waren er nog steeds geen geallieerde troepen in ’s-Gravenzande gearriveerd. Het werd tot grote frustratie van de bevolking weer een dag van wachten op de Tommies! Een commissie bestaande uit de heren, Van Geest, loco- burgemeester, en Voorbij, Toppen en Van Rijn van de ’s-Gravenzandse B.S. , met I. Lievense als tolk, begaf zich naar het Staelduinse Bos voor een conferentie met de Duitse officieren Pohrmann en Oebius. Hier werd uiteindelijk toestemming verkregen om het burgerlijk gezag van de Duitse bezetter over te dragen aan burgemeester Schokking.

Dat overleg was nodig omdat het burgerlijk gezag in ’s-Gravenzande, dat binnen de tankgracht lag, in juni 1944 was overgenomen door de commandant van de vesting Hoek van Holland waardoor het dorp onder Duits militair bestuur kwam. Bij overtreding van voorschriften vielen de burgers zelfs onder de Duitse krijgsraad!

Na dit overleg werd er door het dorp een rijtoer gehouden met een koets met daarin de burgemeester en zijn vrouw. Leden van de B.S liepen voor en achter de koets om de orde te bewaren. Daarachter volgde een onafzienbare optocht van schoolkinderen, met vlaggen en oranje, begeleid door muziek wat een zeer feestelijke aanblik opleverde. De optocht begaf zich naar het gemeentehuis waar de burgemeester werd toegesproken, en waarna hijzelf de kinderen toesprak. Daarna was er een bijeenkomst op de raadszaal.

Het bevolkingsregister dat op 5 januari 1945 door leutnant Lipmann met een aantal soldaten en “Mussert mannen” in beslag was genomen werd die dag teruggehaald. Er was intussen wrijving ontstaan tussen de burgemeester en de ’s-Gravenzandse B.S. omdat Schokking direct bij aankomst al het recht tot bevelen voor zich opeiste.

Bevrijdingsfeest voor het stadhuis met leden van de Irene Brigade

Dinsdag 8 mei ging het gerucht dat aan het begin van de middag er bij de Monsterse “Sperre” (een constructie van zware kantelbare betonblokken waarmee de Monsterseweg weg kon worden afgesloten) een Geallieerd-Duitse commissie aan zou komen, wat telefonisch bevestigd werd door Oebius. Het ontvangstcomité, de burgemeester en wethouder Van Geest, wachtte vergeefs. Daarna reed men toen maar naar Naaldwijk waar een ontmoeting plaatsvond met de Canadezen. Wat later werd via diverse Duitse instanties bereikt dat de ’s-Gravenzandse N.S.B.- ers opgehaald konden worden, die werden opgesloten in een schuur van de firma Brinkman aan het Marktplein. Dat gebeurde tussen 6 en 10 uur ‘s avonds. Deze actie werd onderbroken om ongeveer 9 uur toen er plotseling twee Canadese militairen in het dorp bleken te rijden, zij kwamen uit De Lier en maakten in hun vrije tijd een fietstochtje. Ze werden enthousiast ontvangen en later per luxe auto naar De Lier teruggebracht.

Woensdag 9 mei werden er nog meer N.S.B- ers gearresteerd. Zij werden met de al eerder opgehaalde personen opgesloten in het gebouw van de gymnastiekvereniging O.K.K. aan de Van de Kasteelestraat.

Arresteren van een N.S.B-er

Ook werden de “moffenmeiden”, de vrouwen en meisjes die omgang gehad hadden met de Duitsers opgehaald. Omdat er een dreigende stemming onder de toegestroomde bevolking heerste en er sterke aanwijzingen waren dat er ongeregeldheden konden komen werd door de B.S. besloten om over te gaan tot het “knippen” van deze vrouwen. Dat gebeurde in de muziektent op het Marktplein.

‘s Avonds om 8 uur werd een bijeenkomst gehouden in de veiling met toespraken o.a. door dorpsgenoot J.Baljeu, die als lid van de Irene-brigade één van de eerste dagen na de bevrijding tijdens zijn verlof naar ’s-Gravenzande was gekomen en hier enthousiast was onthaald. Daarna werden er gezamenlijk nationale liederen in het feestelijk versierde veilinggebouw gezongen.

Donderdag 10 mei reisde J. van Rijn, lid van de staf van de B.S. naar Den Haag om bij de Canadese commandant te pleiten dat de “Sperren” eindelijk eens open mochten. Dat werd toegestaan maar alleen voor de uitvoer van groenten.

Om half zes was er op de begraafplaats een kranslegging bij de graven van de gesneuvelden uit het Nederlandse, Engelse en Franse leger.

De “Sperre” aan de Zeestraat/Noordlandseweg

Zaterdag 12 mei waren de “Sperren” nog steeds gesloten wat grote moeilijkheden veroorzaakte voor de bevolking, ook konden een aantal tuinders daardoor niet naar hun bedrijven. De reden daarvoor was echter dat de Vesting Hoek van Holland nog niet ontmanteld was en de Duitsers nog niet waren ontwapend en afgevoerd. Het was nog dus te gevaarlijk om dit gebied nu al vrij te geven.

Dinsdag 15 mei werden de verhoren van de N.S.B.- ers voortgezet en gingen leden van de B.S. verder met het leeghalen en inventariseren van de bunkers. De laatste dagen werd er namelijk veel uit de bunkers gestolen.

Verder werd door de staf van de B.S. vastgesteld dat de taak van de verzetsgroep er nu bijna op zat maar dat er nog een aantal zaken afgewikkeld moesten worden zoals het nemen van verdere maatregelen tegen de “foute” dames. Ook moesten er nog maatregelen komen m.b.t. personen die zich aan landverraad en zwarte handel schuldig hadden gemaakt en moest men nog inventariseren welke eigendommen van inwoners er door de Duitsers waren gevorderd.

De verzetsgoep sectie 4, Woutersweg/Naaldwijkseweg

Dinsdag 22 mei was er een stafvergadering van de B.S. Daarbij kwam o.a. aan de orde het tijdelijk tewerkstellen van N.S.B.- ers, en het afvoeren van hen naar het gevangenenkamp “De Vergulde Hand” in Vlaardingen. Ook werd nog gesproken over het grote gebrek aan arbeidskrachten in het tuinbouwbedrijf terwijl er mannen waren die geen werk hadden en probeerden in de bunkers van alles weg te halen.

Die dag was er een incident bij de bunkers bij de coupure aan het begin van de Noordlandseweg, waar enkele gewapende Haagse B.S-ers werden gesignaleerd die na een gesprek met de ’s-Gravenzandse B.S. verdwenen.

‘s-Avonds was er nog een stafbespreking met burgemeester Schokking en loco-burgemeester Van Geest.

Eind mei zat het meeste werk voor de plaatselijke BS erop. De organisatie zou op korte termijn opgeheven worden. Daarna begon het gewone leven langzamerhand weer op gang te komen.

Auteur: Jan Dahmeijer van Vereniging Oud 's-Gravenzande

Bronnen:
- Dagboek gemeentesecretarie 1944/1945 door N. den Ouden
- boekje “Stad binnen de vesting, ’s-Gravenzande in de Tweede Wereldoorlog “ door J.Dahmeijer, M.M.Dahmeijer-Fousert en A.A.G.Immerzeel
- Aantekeningen en interviews van de Historische werkgroep Oud ’s-Gravenzande m.b.t. WOII
- Notities van P.de Jong, ambtenaar ter secretarie


Laat je reactie achter