advertentie Schoon Westland top

Kaart van Ter Heijde en de kustverdediging door landmeter Pieter van der Sallem, 1660. Historische Vereniging Monster-Ter Heijde

Streekhistorie: De kustverdediging bij Ter Heijde

Door de eeuwen heen heeft de Hollandse kust ernstig te lijden gehad door stormen, waardoor grote delen van de duinen wegsloegen.

Ook bij Ter Heijde was het keer op keer raak. Ondanks de pogingen die men in het werk stelde om de duinvoet te beschermen, rukte de zee steeds verder op. In de loop der tijd is de kustlijn in de buurt van Ter Heijde meer dan een kilometer naar het oosten opgeschoven. Het dorp moest dan ook verschillende keren worden afgebroken en meer landinwaarts opnieuw worden opgebouwd. Als men niet tijdig ingreep, verdwenen bij zware stormen soms ook huizen in de golven.

Het archief van het Hoogheemraadschap van Delfland bevat tal van oude documenten over maatregelen die men nam om het proces van kustafslag te keren. Vooral uit de zeventiende eeuw zijn veel gegevens bewaard gebleven. Vóór 1600 was duinbeplanting het belangrijkste middel om aangroei van de duinen te bevorderen en de overlast van stuifzand in het dorp te beperken. Dit neemt niet weg dat kustafslag en zandverstuiving een groot probleem bleef.

In 1615 hadden de bewoners van Ter Heijde er kennelijk genoeg van en zon men op andere maatregelen. Het dorpsbestuur (de zogenoemde voogden) van Ter Heijde vroeg in dat jaar aan het Hoogheemraadschap van Delfland om voor algemene rekening een houten bescherming van de duinen te mogen bouwen. Elders langs de Hollandse kust, zoals in Scheveningen, was men daar al eerder mee begonnen. Die toestemming volgde en in 1616 werd een bestek gemaakt voor een houten bekleding van de duinen over een lengte van ongeveer 100 meter. Dat het werk ook daadwerkelijk is uitgevoerd blijkt uit de rekeningen die ervan bewaard zijn. Die vermelden een 'platinge tot weringhe van verder affspoelinge'.

Historische Vereniging Monster-Ter Heijde

Volgens het bestek moesten tegen het duin bijna verticaal palen geplaatst worden, gekoppeld aan horizontale palen die waren ingegraven in de duinen. De tegen het duin staande palen dienden met planken te worden bekleed tot op een diepte van bijna twee meter onder de duinvoet en een hoogte van 2,5 meter boven de oppervlakte van het strand. Om de gronddruk van de duinen op te vangen moesten er trekbalken worden ingegraven en bevestigd aan de horizontale palenrij. Om te voorkomen dat de bekleding van opzij en daarna van achter door de zee zou worden ondermijnd moesten volgens het bestek aan beide uiteinden van het verdedigingswerk houten schotten in de duinen aangebracht worden.

Op 3 mei 1616 was de aanbesteding door het Hoogheemraadschap van Delfland. Dat gebeurde eerst bij opbod en daarna bij afslag, zoals tegenwoordig ook nog steeds gebruikelijk is als bijvoorbeeld een huis op een openbare veiling wordt verkocht. Het timmerwerk werd in twee delen aanbesteed aan Jan Olivierszoon uit Monster en Cornelis Simonszoon uit Delft. Zij waren de laagste inschrijvers. Ze kregen een trekgeld van anderhalve Spaanse mat, omdat ze bij het opbieden de hoogste bieders waren. Een Spaanse mat was een zilvermunt van 8 real die destijds in gebruik was in het Spaanse rijk.

Enkele jaren later waren de meeste planken echter al vergaan en in 1624 werd de resterende constructie grotendeels vernield door een storm. Een bode en een timmerman van Delfland kwamen op 9 februari 1624 langs om de schade op te nemen. Volgens het schaderapport had de constructie alleen aan de oostzijde nog een licht beschadigde planken bekleding over 45 meter en verder staken er alleen nog paalrestanten uit het zand. Het verlies aan hout en ijzerwerk was aanzienlijk. De duinen waren sinds het aanbrengen van de bekleding aan weerszijden ongeveer 20 meter afgeslagen. Wellicht was er ondanks de schade dus toch groot onheil voorkomen door de duinbekleding.

In het najaar van 1624 begon de timmerman van Delfland, Jan Louriszoon de Jonge, aan het herstel en de verbetering van de duinbekleding. Toen tijdens het herstel enkele hoogheemraden op bezoek waren, werd besloten om de houten constructie circa 20 meter te verbreden. Men was nog niet klaar of in november van hetzelfde jaar vernielde een storm opnieuw meer dan de helft van de zeewering. De restanten spoelden enkele dagen later aan in een inham die bekend stond onder de naam 'op den houck'.

Op 27 november 1624 brachten de dijkgraaf en de heemraden in gezelschap van de timmerman van Delfland een inspectiebezoek om de schade in ogenschouw te nemen. Ze stelden onmiddellijk een keur op tegen het stelen van hout en ijzerwerk dat door de storm was losgeslagen. In de middag werd een bezoek gebracht aan het aangespoelde hout 'op de houck' en kreeg de timmerman opdracht al het gevonden hout op stapels te leggen en vast te spijkeren in afwachting van reparatie.

Rond 1630 schrijven de voogden van Ter Heijde aan de dijkgraaf dat de in 1624 aangebrachte 'platinge' van ruim honderd meter lengte tot dusverre alle stormen heeft doorstaan, maar dat de duinen aan weerszijden in zeer slechte staat zijn geraakt.

Vervolgens vernemen we tot 1654 niets meer over de zeewering voor Ter Heijde. In dat jaar besloot men om een puin- en kleihoofd aan te leggen. Dat bleek echter een ideale plaats om visnetten te drogen. Spoedig volgde een verbod om dat te doen. Ten oosten van Ter Heijde werden enkele duintoppen afgevlakt als vervangende droogplaats voor de visnetten.

In 1660 ondermijnde een storm de huizen op de duinrand en raakten twaalf kinderrijke gezinnen dakloos. Op 3 december van dat jaar kwamen vertegenwoordigers van Delfland langs om te bezien welke schade deze storm had aangericht. Zij waren in gezelschap van de heren Van Foreest en Van Sulichem. Nanning van Foreest (1578-1668) was raadsheer en rekenmeester van de Rekenkamer der Domeinen in Holland en Van Sulichem was aanwezig namens de prins van Oranje die immers heer van Ter Heijde was. De bekende diplomaat en dichter Constantijn Huijgens sr. (1628-1697) was heer van Zuilichem, dus mogelijk was hij het die namens de prins poolshoogte kwam nemen. Hij was beheerder van de Domeingoederen van de prins.

Constantijn Huygens, raad en rekenmeester van de Nassause Domeinen. Historische Vereniging Monster-Ter Heijde

Advies werd gevraagd aan enkele deskundigen van het hoogheemraadschap, waaronder Pieter van der Salm, de landmeter van Delfland. Ook wilde men de uitwerking weten van de rietschuttingen die eerder aan de westkant van het dorp waren aangebracht bij de tapperij 'Het Gouden Hoofd'. Enkele maanden later kwam men opnieuw bij elkaar om een rapport van adviseurs te bespreken en een kaart die Van der Salm van het dorp en de kustverdediging had getekend. Het is niet duidelijk welk besluit uit dit beraad is voortgekomen. Wel is de kaart bewaard gebleven die Pieter van der Sallem had gemaakt.

Kaart van Ter Heijde en de kustverdediging door landmeter Pieter van der Sallem, 1660. Historische Vereniging Monster-Ter Heijde

Ook in de achttiende eeuw heeft Ter Heijde onverminderd met afslag van de duinen te maken. Dit gaat door tot het begin van de negentiende eeuw wanneer een begin gemaakt wordt met de aanleg van stenen strekdammen.

Auteur: Wim Duijvestijn, Historische Vereniging Monster - Ter Heijde

Laat je reactie achter