advertentie VEMO Lease top

Oplopend pad naar de zij-ingang van de Oude Kerk van Naaldwijk. Jolanda Faber

Streekhistorie: Koeien in de kerk

Overstromingen zijn van alle tijden. Recentelijk heeft in ons land de tiende ramp door hevige regenval en hoog rivierwater plaatsgevonden.

Maar het gaat veel vaker bijna mis. Vroeger was dat ook al zo. De schade zal in geld en aantal slachtoffers toen veel lager zijn geweest, maar het leed niet minder. Overstromingen waren moeilijk te voorspellen. Vluchten ging langzaam als je te voet moest. En als je het overleefde, dan dreigde hongersnood doordat de oogst verwoest was en de akkertjes lange tijd onbruikbaar waren. Had je wel je vee veilig kunnen stellen, dan moest dat ook gevoerd worden. 

Oplopend gazon rondom de Oude Kerk van Naaldwijk. Jolanda Faber

Maar de mens is flexibel gebleken. In de geschiedenis van Nederland zijn er naast de tien rampen door regenval ook 50 stormvloeden geweest, waarbij de zee het won van de duinen en dijken. Én die als ramp geclassificeerd zijn. We kennen allemaal de Sint-Elizabethvloed (nu bijna 600 jaar geleden) en de watersnoodramp uit 1953. Bij de laatste was het ook bijna in het Westland misgegaan. Ter herinnering aan de vrijwillige hulptroepen die een heldenrol vervulden, staat op de duin bij Slag Beukel sinds 2018 een gedenkplaat.

Gedenkplaat (bijna) watersnoodramp op Slag Beukel in ’s-Gravenzande. Jan Buskes

Voor het Westland is de zee altijd een bedreiging geweest. Toch wonen er, met enkele onderbrekingen in de vroege middeleeuwen, al meer dan 4000 jaar mensen in dit gebied. Ze hebben moeten leren leven met de onvoorspelbaarheid van de zee. Wanneer een overstroming een ramp genoemd wordt, hangt af van de overlast die de mens er van ondervindt, zowel materieel als mentaal. Uit historisch onderzoek blijkt dat een natuurramp als minder erg werd ervaren als deze te verwachten was. Maar juist erger als er in korte tijd al meerdere tegenslagen zijn geweest. Dan is de rek eruit.

In de Middeleeuwen zal een 'natuurramp' uitgelegd zijn als een straf van God. Maar dat wil niet zeggen dat er niets aan preventie gedaan werd. Integendeel, het zijn de kloosters geweest die een belangrijk deel van de verbetering van de waterhuishouding op zich genomen hebben. En ook de Graaf van Holland heeft zijn verantwoordelijkheid moeten nemen.

In Naaldwijk was het de plaatselijke elite die investeerde in aanleg van de dijken, uit eigenbelang en in ruil voor privileges van de graaf. Unarch van Nadelwich - de stamvader van de Heren van Naaldwijk - zal ook een rol hierbij gespeeld hebben. Dat gebeurde na de grote stormvloed van 1134 waarbij de haakwal - de duinenrij langs de Maasmonding die haaks staat op de duinen langs de kust - doorbrak en het Westland tot aan Rijswijk onder water kwam te staan. Naaldwijk is toen gespaard gebleven doordat de haakwal het hier gehouden heeft. De landontginning in de lagere delen - die in de eeuwen ervoor al in gang was gezet - werd tenietgedaan en verdween onder een laag klei van plaatselijk anderhalve meter dik.
Er is vervolgens een heel netwerk aan dijken en zijdijkjes gebouwd om zowel de zee als de kreken onder controle te houden. Het fijnmazige net zorgde er ook voor dat het gebied niet in één keer onder water zou lopen, waardoor de bewoners meer tijd hadden om te vluchten. In 1163 brak de pas aangelegde Maasdijk door. Naaldwijk werd ook toen gespaard omdat zich een zandplaat voor de kust gevormd had, die het land erachter beschermd heeft. Op deze zandplaat is later 's-Gravenzande gebouwd.

Misschien was er voor de stormvloed van 1134 al een kerkje in Naaldwijk, gebouwd op het hoogste punt, een duintop van de haakwal. En waren er al afwateringen gegraven om na een stormvloed of hevige regenval het water snel af te kunnen voeren. De ringgracht die in de jaren vijftig en negentig achter de Kerkstraat aangetroffen is, had mogelijk ook die functie. (De hypothese van een ringwalburcht is inmiddels achterhaald). De toren van de huidige Oude Kerk stamt pas uit de 13e eeuw. Het dorpje had wellicht meer aanzien gekregen omdat het zo gunstig gelegen was op de restanten van de haakwal en daardoor het veiligst was.

Schilderij met koeien in de Oostzijderkerk in Zaandam (1825) door Pieter Gerardus van Os. Collectie Honig Breethuis

Het was gebruikelijk om het kerkgebouw deze hoge positie te geven. Als grootste overdekte ruimte had het een belangrijke maatschappelijke functie: voor samenkomsten én als toevluchtsoord bij hoog water. De boerderijtjes hadden vaak geen verdieping om langere tijd droog te zitten en de koeien en schapen pasten daar zeker niet bij. Deze konden wel in de kerk ondergebracht worden, zoals op een enkel schilderij te zien is. Met een laag stro op de vloer en pilaren om de koeien aan vast te zetten, was het een prima noodstal. Ook schapen en geiten werden er ondergebracht.

Vee in de Grote Kerk in Edam (1916). Collectie Geschiedenislokaal Waterland.

Archeologisch onderzoek op het Wilhelminaplein heeft in 2017 aangetoond dat er na de 12e eeuw nog wel wat kleiafzetting kan zijn geweest die wijst op mogelijke overstromingen, maar dit laagje is zo dun dat we kunnen concluderen dat het dorp gemiddeld aardig droog gebleven is. Tussen 1300 en 1400 is het plein een halve meter opgehoogd. Wellicht omdat het te drassig was. Uit voorzorg zal men de kerk bij dreigend noodweer ingericht hebben als stal en voorraadschuur, maar over een echte ramp is niets bekend.

Opgravingen Wilhelminaplein 2017. Archeologie Delft.

De vele sporen van slootjes en greppels kunnen ook duiden op overstromingen omdat deze dwars door elkaar liggen alsof er steeds opnieuw verkaveld moest worden. Deze slootjes zullen in elk geval geholpen hebben bij het afwateren van de akkertjes en moestuinen die hier lagen, voordat het als marktplein in gebruik werd genomen.

Opgravingen Wilhelminaplein 2017. Archeologie Delft.

Nog steeds ligt de Oude Kerk hoger dan het Wilhelminaplein en de Kerkstraat. Vanuit de Herenstraat loop je de Kerklaan omhoog naar de ingang van het schip van de kerk. Als je bedenkt dat de Herenstraat in de 14e eeuw ongeveer een meter lager lag dan het huidige straatniveau, kan je stellen dat de kerk zeker twee tot drie meter hoger moet hebben gelegen dan de rest van het dorp. De beste plek dus bij te hoog water.

Ingang Oude Kerk van Naaldwijk vanuit de Kerklaan. Jolanda Faber

Auteur: Jolanda Faber, Historische vereniging Naaldwijk-Honselersdijk

Bronnen: Naeltwick 1198-1998;  Jaarboek Genootschap Oud-Westland, 1997;  Atlas van het Westland, 2017; Holland, historisch tijdschrift, themanummer Holland onder Water, 2017; Archeologie Delft.

Laat je reactie achter