advertentie Boekestijn

Burgemeester Ipenburg

Streekhistorie: NSB-burgemeesters in het Westland

In de oorlog werden overal in het land veel burgemeesters al snel vervangen door NSB’ers. Het Westland maakte hierop geen uitzondering.

Burgemeester Frans Schokking van ’s-Gravenzande was de eerste die het veld moest ruimen om plaats te maken voor de NSB-er Mr. Edzard Bisschop. In hetzelfde jaar volgde de benoeming van Wim Bocxe in Wateringen gevolgd door de aanstelling van Pieter Burgersdijk in De Lier en Henri Ipenburg in ’s-Gravenzande en Monster.

Waren de burgemeesters overtuigde nazi’s en lukte het hen om hun opvattingen op te leggen aan het ambtelijk apparaat en de samenleving? Waren zij gevaarlijk en hebben zij mensen verraden? De conclusie luidt dat één burgemeester, Henri Ipenburg van ’s-Gravenzande en Monster, ver is gegaan in zijn collaboratie met de bezetter. Hij kreeg daarvoor na de oorlog door de Bijzondere rechtspraak drie jaar gevangenisstraf opgelegd. Deze straf bracht hij door in het kamp de Vergulde Hand in Vlaardingen, dat speciaal voor politieke gevangenen was gebouwd.

Hagenaar Ipenburg (1895-1972) was van beroep verkoopleider bij Electrolux. Hij werd door zijn tegenstanders denigrerend als ‘de stofzuigerverkoper’ aangeduid. Ipenburg raakte in de ban van het nationaalsocialistische gedachtengoed en werd in 1935 lid van de NSB. Die politieke keuze moest hij op zijn werk verbergen omdat deze niet bij iedereen in goede aarde viel. Na de Duitse inval kon Ipenburg zich ongehinderd door wie dan ook als nazi profileren. Hij zag zich als een partij- ideoloog en werd propagandaleider in Noord Holland. Zijn ambities reikten echter verder en Ipenburg solliciteerde naar een burgemeesterspost.

Prent Strafkamp stadsarchief Vlaardingen

Opmerkelijk is dat Ipenburg door zijn fanatisme in de eigen partij niet goed lag. Hij zou door zijn opdringerige en bemoeizuchtige karakter niet geschikt zijn om de Nederlandse bevolking voor het Nationaal Socialisme te winnen. Voor de Duitsers was hij echter een nuttig instrument. Bij de installatie van Ipenburg in 1943 schalde vanuit een grammofoon met versterker nationaalsocialistische marsmuziek over de Markt in ’s-Gravenzande. Bij de ingang van het stadhuis stond een dubbele haag van in zwart uniform geklede NSB-leden, die de groet met de gebalde vuist brachten. In zijn toespraak noemde Ipenburg zich een burgemeester van de Nieuwe Orde en uitte zijn afkeer van de Joden.

Henri Ipenburg was de bezetter zeer behulpzaam. Hij stelde samen met de commandant van de landwacht een lijst op van vijf gijzelaars, die bij ernstige gebeurtenissen konden worden gearresteerd. Op de lijst stonden de namen van de predikanten Van der Laan, Kooistra en van Dijk, veilingvoorzitter Klaas van der Houwen en tuinder J. Metzon. Ipenburg gaf zijn ambtenaren opdracht om oproepen aan bewoners uit te schrijven om voor de Duitse weermacht te werken. Hij kwam in conflict met de kerken en noemde de gereformeerde dominee Van der Laan een jodenvriend. Hij riep de Duitsers nadat zij de oorlog gewonnen hadden ‘om de dominees en pastoors ‘in concentratiekampen op te sluiten en de ergste raddraaiers onder hen terecht te stellen.’

Gijzeling
In september 1944 werd Ipenburg ook waarnemend burgemeester van Monster nadat zijn voorganger Kampschöer zich ziek had gemeld. Ook hier verleende hij hand en spandiensten aan de bezetter. Politieman Witteman kreeg opdracht om negen vooraanstaande inwoners van Monster te selecteren en deze te gijzelen in drie cellen op het politiebureau. De gijzeling moest de inwoners van Monster onder druk zetten om verplichte arbeidsinzet voor de Wehrmacht te verrichten. Witteman zag zich genoodzaakt met zijn gezin onder te duiken in plaats van aan deze praktijken mee te werken. Na de capitulatie arresteerde hij Ipenburg op het gemeentehuis. Tijdens zijn strafzaak toonde Ipenburg zich onverbeterlijk. Hij zou zich hebben ingezet voor de zelfstandigheid van Nederland en zag zich als het slachtoffer van bewust afgelegde leugens van enkele leden van het veilingbestuur. Met name de gereformeerden onder hen zouden een appeltje met hem te schillen hebben gehad.

Burgemeester Edzard Bisschop, per abuis staat er Ipenburg bij de foto.

Ipenburg kwam op 1 mei 1948 op vrije voeten onder voorwaarde dat hij zich als een goede vaderlander zou gedragen. De drie andere burgemeesters kwamen in de loop van 1946 vrij. Hun straf was doorgaans gelijk aan het voorarrest. Zij kregen naast de gevangenisstraf en strafontslag een verbod om nog een ambt te bekleden. Ook hun opgebouwde pensioenrechten werden deels afgepakt. Bisschop begon in Den Haag een juridisch adviesbureau en Bocxe ging bij de RK parochieel Armbestuur in Rotterdam werken. Van Burgersdijk is nooit meer iets vernomen.

Bron: Historisch Jaarboek Westland 2020
Auteur: Frank de Klerk van Genootschap Oud Westland

Laat je reactie achter