advertentie Westland Infra top

De Ommedijkerhoeve in 1915, met rechts de familie C.H. van ’t Hoog. Oud-Schipluiden

Streekhistorie: Oude paardenverhalen nabij de toekomstige Hippische Kenniscampus aan de Ommedijk

Er is een serieus plan om op de locatie van een monumentale boerderij aan de Ommedijk tussen Den Hoorn en Schipluiden de Hippische Kenniscampus (Equestrum) te vestigen.

Het is niet toevallig dat deze plaats vlakbij Manege Chardon ligt. Er wordt straks zowel samengewerkt met deze manege als met de Lentiz Onderwijsgroep in Maasland. In de campus komt een opleiding specifiek gericht op paarden. De historische boerderij wordt hiervoor aangepast en op het erf komt passende nieuwbouw. De werkgroep erfgoed van de gemeente Midden-Delfland volgt nauwlettend de plannen. Het is wonderlijk dat nabij deze locatie ook paardenverhalen uit het verleden bekend zijn. De historische lijn lijkt hier naar de toekomst doorgetrokken te worden.

Romeinse tijd

Rond 500 voor Chr. brak de zee via de Maas het land binnen. Een belangrijke geul was de Gantel die dwars door de Harnaschpolder, Woudse Polder en Klaas Engelbrechtspolder liep richting het latere dorp Schipluiden. Aanvankelijk had deze stroom nog het karakter van een onschuldig veenwater dat de directe omgeving ontwaterde. Aan de oevers van dit veenwater werd in de IJzertijd rond 300 voor Chr. gewoond. Sporen van deze bewoning zijn in de Woudse Polder nabij de huidige A4 aangetroffen. Deze nederzetting werd na korte tijd door de steeds breder wordende stroom van de Gantel geërodeerd en/of afgedekt door een kleilaag. De geul zelf vulde zich geleidelijk met zandige klei. In de Romeinse tijd waren de oeverwallen van deze geul zo hoog opgeslibd, dat vanaf de eerste tot en met de derde eeuw om de ongeveer 300 meter een boerderij heeft gestaan. Tussen de boerderijen was het gebied intensief verkaveld met greppels en sloten. Dit verkavelingssysteem, waarin de maatvoering van de gulden snede is te herkennen, is te volgen tot in de Plaspoelpolder in Rijswijk. 

In de Harnaschpolder en de Woudse Polder zijn verschillende boerderijen uit de Romeinse tijd aangetroffen; enkele daarvan en delen van het verkavelingspatroon zijn tijdens opgravingen onderzocht. Het gaat steeds om erven waarop een boerderij heeft gestaan. Dit agrarisch gebied was van groot belang voor de Romeinse stad Forum Hadriani (nabij het huidige Voorburg) en de limes, een reeks Romeinse forten langs de Oude Rijn. De boeren leverden onder andere voedsel en wol. Bijzonder was in het zuidoostelijke deel van de Woudse Polder (in het tracé van de huidige A4) de vondst van een aantal paardenskeletten. De boeren blijken zich hier in de tweede eeuw na Chr. gespecialiseerd te hebben in het fokken van paarden ten behoeve van het Romeinse grensleger.

Paardenskelet uit de Romeinse tijd, opgegraven in de Woudse Polder. Oud-Schipluiden

Aan het einde van de derde eeuw na Chr. vernatte het gebied weer en werd er opnieuw veen gevormd. De bewoners verlieten toen deze streek. Ook de Romeinse stad Forum Hadriani verviel vanaf 275 na Chr.

Vanaf de middeleeuwen tot de negentiende eeuw

Het duurde tot de twaalfde eeuw dat de mens hier weer terug was. De wildernis werd opgeruimd en het land werd opnieuw verkaveld. Er kwamen nieuwe sloten en er werden vaarten gegraven voor de afwatering. Voorbeelden hiervan zijn de Harnaschwatering, de Gaag en het water langs de Ommedijk, die alle drie dateren voor het midden van de dertiende eeuw. Aanvankelijk woonden de boeren in de Klaas Engelbrechtspolder op het hooggelegen veen. Toen deze bodem inklonk als gevolg van oxidatie en ontwatering zocht men al snel de plaatsen op waar in de Romeinse tijd ook al werd gewoond. In de Klaas Engelbrechtspolder was dit de dichtgeslibde Gantelarm, waarop nu nog steeds de meeste boerderijen staan. Het land werd voornamelijk gebruikt voor veeteelt. De melk werd op de boerderijen verwerkt tot boter en kaas. 

Dit gebeurde in de negentiende eeuw ook op de twee boerderijen van Jan van Rijn in de Hodenpijlse Polder, de oude naam voor de huidige Klaas Engelbrechtspolder. Eén van deze twee boerderijen lag op de vermelde kreekrug. Deze locatie bleek in 1836 verlaten te zijn. De buren noemen deze plaats in de polder nog steeds 'de oude werf'. Het hoog gelegen perceel is door de hoogte duidelijk vanaf de Ommedijk (over de A4) herkenbaar. Jan van Rijn boerde in het vervolg vanaf zijn woning aan de Ommedijk. Zijn kasboeken zijn bewaard gebleven. In 1852 produceerde hij voor het eerst geen kaas meer. Ook ontbreken dan de varkens, die gewoonlijk werden gevoerd met het restproduct van de kaasproductie. Boter werd nog wel enige tijd op de boerderij geproduceerd. Steeds meer melk ging voor de verkoop naar Delft. Later stichtte Jan van Rijn in Delft een kaashandel. De boerderij aan de Ommedijk werd in 1902 geheel vernieuwd. Veeteelt bleef hier tot het eind van de agrarische bedrijfsvoering het hoofdmiddel van bestaan.

Kaasbereiding in de Klaas Engelbrechtspolder, begin twintigste eeuw. Oud-Schipluiden

Beroemde boter en kaas

De Woudtse boter en Harnaschkazen waren in de Middeleeuwen tot in de Zuidelijke Nederlanden bekend. In de dertiende eeuw kwam aan het grafelijke hof in 's-Gravenhage al Woudtse boter. De boter- en kaas uit deze streek werd in de eerste helft van de zestiende eeuw ook afgezet op de markten in Antwerpen en Brussel. Rekeningen van grote kloosters in Holland (Egmond en Rijnsburg) en Vlaanderen (Gent) vermelden de aankoop van boter en kaas uit dit deel van Delfland. Naast koeien waren op de boerderijen ook altijd paarden. Op de boerderij van Maritgen de Voecht langs de Woudseweg bevonden zich in 1535/1536 dertien paarden. Omdat er nogal wat veulens worden genoemd, bestaat de indruk dat deze dieren werden gefokt. N.B. Op hetzelfde land waar in de Romeinse tijd ook al paarden werden gefokt. Uit deze periode (de Late Middeleeuwen) is eveneens een aantal paardenbegravingen bekend, met name op een perceel land waar op de kaart van Kruikius uit 1712 de naam 'de Hengste Camp' wordt genoemd. Een opvallend graf betrof een kringgreppeltje, waarin het skelet van een veulentje werd aangetroffen. Het bekken ontbrak en een achterbeen was losgehaald en bij het voorhoofd geplaatst. De plaats van deze paardenbegraving had blijkbaar een speciale betekenis. Overigens zijn uit de Romeinse tijd ook rituele paardenbegravingen bekend.

Het fokken van paarden voor de landsheer

Er is nog een gegeven bewaard gebleven over het fokken van paarden. In 1610 verklaarden twee inwoners van 't Woudt, dat zij van hun voorouders hadden gehoord, dat Aam Heyndricksz. van der Burch (1415-1505), die in 't Woudt een grote boerderij bezat, in de Woudse Polder hengstpaarden hield 'ten dienste vanden Coninck'. Het welgeboren geslacht Van der Burch leende in de Woudse Polder percelen land van de landsheer. In de 1482 was dit Filips de Schone, later gevolgd door zijn zoon Karel V, koning van Spanje en Heer van de Nederlanden. Het was gebruikelijk dat vazallen (leenmannen) voor hun landsheer paarden fokten. Wanneer er oorlog was, konden deze dieren worden ingezet.

Bij blauwe pijl ligt 'de Hengste Camp', 1712. Oud-Schipluiden

Aam van der Burch biedt de graaf zijn zonen met paarden aan. Oud-Schipluiden

Ten slotte is er nog een overlevering bekend, dat Aem van der Burch zijn zonen met hun paarden beschikbaar stelde aan de graaf. Hier is later zelfs een afbeelding van gemaakt. 

Samenvattend: het is heel curieus, dat in de naaste omgeving van de toekomstige Hippische Kenniscampus aan de Ommedijk al bijna tweeduizend jaar paarden zijn gehouden.

Auteur: Jacques Moerman, Historische Vereniging Oud-Schipluiden.

Laat je reactie achter